We zijn terug thuis, ik heb terug internet. Dit geeft mij de mogelijkheid om als afsluiter een aantal foto´s/filmpjes/verhalen online te gooien waar in Australië geen tijd of internet voor handen was.

Op Kangaroo Island hebben we behalve kangoeroe’s en stekelvarkens ook een andere diersoort ontmoet die ik nog niet had vermeld: zeehonden.


De gids die ons rondleidde langs het zeehondenstrand wist te vertellen dat Australië het best mogelijke voorbeeld was van Darwin’s evolutietheorie. Je kon er evolutie zelfs op zeer korte termijn zien plaatsgrijpen. Toen in het verleden een giftige paddensoort uit Zuid-Amerika was ingevoerd, om een insect te doen verdwijnen dat de landbouw hinderde, was die paddensoort zelf een enorme plaag geworden bij gebrek aan natuurlijke vijanden. Als reactie daarop kregen slangen, in een periode van iets meer dan honderd jaar, kleinere hoofden en sterker gif, waardoor ze die padden niet meer konden opeten maar wel konden doden (de slangen met grote hoofden stierven natuurlijk door het eten van de padden).

Ondanks dat soort verhalen had ook Australië (en zelfs Kangaroo Island in het bijzonder) zijn gemeenschap creationisten.

Toen we Uluru (de heilige Aboriginalrots die ‘uitgebaat’ wordt door Australiërs) gingen bezoeken, moesten we noodgedwongen overnachten in een soort ‘center parks’-achtig toeristenresort dat naast Uluru en dus midden in de woestijn was neergepoot. Aan de douche’s hing het volgende bord:

Achter de douche’s lag dit:

Ons bezoek aan de woestijn (Alice Springs, Uluru, …) leerde ons ook dat er één diersoort is die zich in een woestijn werkelijk geweldig goed thuis voelt: vliegen.

Een mens went op den duur wel aan een hoop vliegen in de ogen/neus/mond. Best sympathieke beestjes eigenlijk.

De duiven zien er in Australië echte punkrockers uit.

Doorheen de reis kwamen we constant vogels (en dieren) tegen die we nog nooit hadden gezien. Logisch uiteraard: het Australisch continent heeft zich bijzonder lang volledig geïsoleerd van de rest van de wereld kunnen ontwikkelen. Dat gaat op voor dieren, maar ook voor mensen. De cultuur van de aboriginals is onwaarschijnlijk verschillend van alles wat ik ooit ben tegengekomen. Het is appels met gedachten vergelijken. Of zoiets.

Tussen Adelaide en The Grampians (het natuurpark waar we onze kangoeroecamping vonden) passeerden we door Australisch hillbillyland. Dikke truckchauffeurs met nektapijten, overal kerken en inzamelacties voor Christelijke missies, een vies lachje als we in een restaurant om vegetarisch eten durfden vragen.

Een radiopresentator wist ons toen in de auto te melden dat CO2 niet vervuilend is (‘I don’t believe in that Alice In Wonderland-stuff!’) en dat de huidige linkse regering beter wat minder belastingen zou heffen op CO2-uitstoot en wat meer de bijbel zou lezen. Goed gezegd!

‘… Satelite measures showed that the temperature last month was lower than it was 30 years ago. Global warming is a hoax! A carbon tax will turn us back to the stone ages. It is impossible to believe that anyone with half a brain of common sense would continue to attempt this futile attempt of brainwashing! …

De ochtend erop konden we genieten van een zeer levendige interpretatie van het bijbelse verhaal van David (met live studiopubliek dat voor de nodige ooh’s en aah’s zorgde) en een bijster interessante lezing over seksualiteit en Sint Paul. We werden aangeraden schaamte en schuldgevoel in onszelf op te zoeken (dat hangt uiteraard samen met seksualiteit) en raad te gaan zoeken bij een soort van Christelijke psychiater. Een schitterend advies, ware het niet dat we al achter zaten op ons reisschema en ons de omweg niet konden permitteren.

Aan onze camping te Wartook (een plaatsje naast The Grampians National Park) zaten, zoals eerder vermeld, allerlei soorten beestjes. Een selectie.

 

In Katoomba, een plaatsje in de Blue Mountains, het natuurpark naast Sydney, raakten we aan de praat met de uitbaatster van onze hostel. Ze wist ons te vertellen dat Australiërs inderdaad behoorlijk blind zijn voor sociaal onrecht & milieuzaken, maar dat het sociale zekerheidssysteem nog steeds beter was dan het Amerikaanse. Arme mensen konden gratis naar de dokter, arme studenten konden relatief goedkoop studeren (gemiddelde kost van een universitaire studie: 30000 a 40000 $, wat nog steeds 4 a 5 keer goedkoper is dan in Amerika). Een ander grappige anekdote die ze vertelde was dat de Australische regering tijdens de economische crisis aan alle Australische burgers 1000 $ had overgeschreven, die ze vervolgens zo snel mogelijk moesten uitgeven, ‘om de economie er terug bovenop te helpen’.

De laatste paar dagen ben ik, bij gebrek aan beestjes, zwammen beginnen fotograferen. Na al het gezwam van hierboven dé ideale afsluiter van deze post en blog.

  

Tot later!

De camping waarvan hierboven sprake (in mijn beste blackberry-Nederlands, bij gebrek aan internetcomputers) zat midden in de natuur en weg van de beschaving. Een zodanig aangename combinatie dat we er wat langer gebleven zijn dan gepland. Bij onze aankomst hebben we opnieuw kennis gemaakt met overstekende kangoeroe’s (klein kaliber deze keer) en ‘s ochtends werden we niet gewekt door opgefokte auto’s, maar enthousiaste papegaaien.

Maarten heeft er in de omringende bossen een volwassen kangoeroemannetje afgetroefd, ik heb kangoeroeschedels gefotografeerd.

Vervolgens begaven we ons weer op de toeristische route. ‘The Great Ocean Road’ is een van de grote toeristische bezienswaardigheden van Australie. Een memorabele route langs de onderste kuststrook, die in alle toeristische folders wordt aangeprezen. In de praktijk kwam het er voor ons op neer dat we samen met een meute andere toeristen in de auto de kustweg mochten afschuimen om elke paar kilometer uit te stappen en een foto te nemen van een steenformatie.

We hebben het gelukkig niet te lang moeten volhouden. Ondertussen zitten we, na twee dagen doorrijden, aan een natuurgebied naast Sydney waar we vandaag de bossen in duiken. Gisteren zijn we in de cinema alvast naar een film gaan kijken over die bossen. Qua voorbereiding kan dat tellen.

Over twee dagen zitten we alweer op het vliegtuig naar huis. Erg veel spijt gaan we er niet van hebben. Australie is niet ons soort land, al heeft het ons op een manier wel een heldere blik gegeven op de schaduwzijde van onze eigen cultuur. Dat op zich was al meer dan de moeite waard.

Vannacht slap we op ee verlaten camping in een caravan omringd door wilde kangoeroe’s. Dit begin er op te lijk!

Ik heb de laatste tijd erg veel neergetypt, hoofdzakelijk omdat de Aboriginal-kwestie mij zwaar heeft geshockeerd. Hierna ga ik het dan ook heel rustig aan doen. Ik heb zo’n beetje gezegd wat ik over Australie(rs) wou zeggen. Ik had vooraf geen enkel idee van wat ik hier zou aantreffen. Uiteindelijk blijkt dat het land zelf prachtig is, maar dat ik de gemiddelde Australier niet al te hoog inschat. Kortzichtige mensen met een zeer klein geweten, dat is mijn indruk. Er zijn zeker uitzonderingen op de regel (ik ben er al een tegengekomen), maar die bevestigen woordelijk de regel.

Voor de cultuur moet je hier ook niet zijn. Australiers hebben niet echt een eigen cultuur, ze lijken hoofdzakelijk Amerika te kopieren. De Aboriginals hadden en hebben wel een zeer diepe cultuur, maar daar kan je hier weinig over leren. Hun belangrijkste gebruiken houden ze geheim, en in Australisch gebied is er (buiten commercieel gezien dan) geen enkele interesse voor.

Waarvoor kan een mens dan wel nog naar Australie komen? De natuur. Je zal je blauw betalen aan alle manieren die men hier heeft gevonden om die natuur ten gelde te maken (oa. ‘entrance fees’ in alle natuurparken – het is ook gewoon een duur land), maar wat je te zien krijgt is prachtig. Vandaag zijn we er nog eens ingedoken. Als uitsmijter wat we daar te zien kregen.

   

  

Gisteren doken we onze eerste dag de woestijn in. Erg veel avontuurlijks was er niet aan, aangezien men hier mooie rechte asfaltwegen heeft gelegd naar de meeste ‘toeristische’ plaatsen. We hebben ook noch de 4×4, noch de tijd om echt gekke dingen te gaan verkennen.

 

Maar we doen ons best. Dit is Uluru, een zandsteenrots van 348 meter hoog, met nog eens dubbel zoveel massa ondergronds. Het ‘spirituele hart van Australie’, volgens de toeristenboekjes. Maar dus eigenlijk het spirituele hart van Aboriginals. Australiers zijn niet bepaald een natuurvolk. Voor hen is Uluru gewoon een rots.

   

De omringende Aboriginalvolkeren zijn officieel de eigenaars van hun heilige rots. Officieus is dat echter nog steeds de Australische overheid. In 1978 besloot die overheid dat de rots en zijn omgeving enkel kon teruggegeven worden aan de oorspronkelijke inwoners als die het gebied onmiddelijk terugleasten aan diezelfde overheid. Uluru was en is immers een uiterst lucratieve toeristische trekpleister, en als er geld aan te verdienen valt mag het geweten wel even opzij.

Aboriginals willen niet dat hun heiligdom beklommen wordt (links), de Australiers zien geen probleem (rechts)

Ik heb het nog steeds zeer moeilijk met de houding van de Australiers tegenover de Aboriginals. Van die laatsten is hun land afgenomen en hun maatschappij vernield, maar toch lijken de Aussie’s daar niet echt mee te zitten. Je kan overal in Australie  plaatsen gaan bekijken waar de eerste kolonisten geleefd hebben. Tot nu toe ben ik bij dat soort toeristische plaatsen nog geen enkele kritische noot tegengekomen over die ‘pioniers’, hoewel het geweten is dat ze aboriginalvrouwen verkracht hebben en een oorlog hebben moeten voeren om de oorspronkelijke inwoners van hun land te jagen.

Aboriginals worden, net als de natuur hier in Australie, ‘gebruikt’ als dat goed uitkomt (geld opbrengt) voor de Westerse Australiers. Overal hier in de buurt wordt de Aboriginalcultuur gebruikt om prularia aan toeristen te slijten. Over hun werkelijke leefomstandigheden kom je echter niets te weten. Of toch: dat ze criminelen zijn, aan incest doen, … Dat mag dan nog allemaal waar zijn, de oorzaak van dat soort dingen ligt bij de Australiers. Zij zijn het die deze mensen in dergelijke onmenselijke omstandigheden duwen en geduwd hebben opdat ze dit soort zaken zouden doen.

Een Aborignal die in opstand komt tegen de bezetting (want zo zie ik het), belandt uiteraard als crimineel in de gevangenis. En dit is wel degelijk een bezetting: Australie is een land met twee volkeren, waarvan er een alle wetten uitvaardigd en bepaald op welke grond het andere al dan niet mag leven. De oorspronkelijke inwoners van dit continent hebben niets meer te zeggen, en gaan daar aan kapot.

In Maarten’s woorden: ‘Australie is een grote zoo met de Australiers als parkuitbaters, waarin alles dat aanwezig is (mensen, dieren, planten,…) naar goeddunken door hen wordt gebruikt.’ Ik kan het zelf niet beter zeggen.

Vanmiddag zaten we midden in de woestìjn bijna zonder benzine. Haha!

(geen zorgen, we komen terug.)

Enkele fijne weetjes over het dorpje waar wij momenteel nog enkele minuten verblijven:

- Toeristen kunnen beschikken over een tennisveld, dat elke dag uitvoerig besproeid wordt. Onze hostel heeft een zwembad (in de woestijn).

- Onze hostel verandert ‘s avonds in een soort van MTV-clip, wat het een van de populairste uitgangsplaatsen maakt in het dorp.

- Het centrum met toeristische informatie wist niets te vertellen over Aboriginalcultuur en aanverwanten. Er is hier wel zeer uitgebreide informatie over de eerste kolonisten. Alsof we in Belgie of Congo een toeristische positieve Leopold II-tour zouden organiseren.

- Ondanks het feit dat we het over een miniem dorpje hebben, beschikt het toch over een overvloed aan kerken ( van een 7-tal geloven, waaronder verschillende variaties op het Christendom en een Islamitische kerk). Ik vermoed dat ze hier niet enkel op de westerse bevolking mikken.

- Ons hostel is net zoals vele andere gebouwen quasi volledig omheind. Toen ik naar de reden vroeg aan de receptie, bleek dat dit effectief wordt gedaan als voorzorg tegen aboriginals. Alice Springs heeft blijkbaar de hoogste misdaadstatistieken van Australie wegens aboriginalcriminaliteit. Ik geef die laatsten opnieuw geen ongelijk.

Op naar de woestijn!

Ondertussen zijn we al weer een tijdje onderweg. Onze vlucht naar Kangooroo Island zit er op, en was best succesvol te noemen. Niet te veel mensen in de buurt (buiten de fuif op onze camping ‘s nachts – het blijft Australie), en een uitgebreid assortiment aan niet-gekooide beestjes. We zagen alle soorten vogels, walabi’s, een Australisch stekelvarken, de kont van een koala ( ze hangen goed verstopt in die eucalyptusbomen) en zelfs een kangoeroe, bij valavond, toen hij spontaan uit de struikjes voor onze rijdende auto sprong. Dankzij Maarten’s reflexen overleefden beide partijen de ontmoeting. Kangoeroe’s zijn reusachtig.

Op het eiland

Bij de meest exotische dieren was Maarten meestal degene met een fototoestel, ik trok vooral het kleinere grut. Brute pech voor koalaliefhebbers.

  

Ondertussen hebben we nog een beter zicht op wat de Australische cultuur zo’n beetje inhoudt. Het is Amerika in het klein. ‘Socialisme’ is een gevaarlijke ziekte, het milieu is er om te verbruiken en geld om zeer vlot uit te geven. Niet echt onze stijl, maar weinig aan te doen natuurlijk.

Momenteel beleven we onze eerste dag in de outback (4 in totaal). In het midden van Australie, omringd door Aboriginalgebied, ligt een klein maar typisch Australisch dorpje vanwaar wij onze woestijntocht beginnen. Het is een vreemde plek om te zijn. Overal ‘blanke’ winkels met Aborignalsouvenirs, terwijl de Aborignals zelf hier werkloos op straat rondslenteren. Een kolonistendorp dat geld verdient door de onderdrukte inheemse bevolking te slijten als toeristische attractie, zo lijkt het. We zijn al gewaarschuwd dat we ons ‘s avonds niet op straat moeten begeven, omdat dronken en gedrogeerde  Aborignals hier elke avond de boel afbreken. Wie kan ze ongelijk geven?

Vanop het bovenste deel van een stapelbed, in een slaapzaal voor acht personen, zit ik in het donker een boek te lezen. Af en toe kijk ik naast mij uit het raam naar het voorbijgaande verkeer. Het hostel bevindt zich op de hoek van een kruispunt, omsingeld door licht en lawaai. Dit is Adelaide.

Maarten en ik hebben het zo wat gehad met de grote Australische steden. Na onze aankomst hier vanmiddag (vaarwel Sydney!) bleek al gauw dat Adelaide weinig verschilde van de voorgaande stad, althans op de punten die er voor ons toe doen. Overal hoogbouw, auto’s, fastfoodrestaurants (zelfs in de refter van de universiteit) en winkels. Hier en daar een rustiek kerkje, evenwel omsingeld door kantoorgebouwen van Ernst & Young of een ander reusachtig bedrijf. Doorgedreven kapitalisme as a way of life.

De stad lijkt een kruising tussen Groot-Brittanie en Amerika, twee landen die niet al te hoog op ons verlanglijstje staan. Gelukkig is onze ontsnapping al gepland. In plaats van de geplande vier dagen, zullen we hier maar twee dagen blijven, waarna we de boot nemen naar Kangaroo Island, een plek met gemiddeld 1 inwoner per vierkante kilometer en een overvloed aan natuur.

Hoewel ik hier nog nauwelijks met de plaatselijke bevolking heb gepraat, krijg ik toch een steeds slechter beeld van het Westerse Australie. Een bizarre consumptiewereld die volledig los staat van zijn natuurlijke omgeving. Laat de kangoeroe’s maar komen.

We hebben Sydney uitgeperst als een citroen, waardoor het ook in deze stad alsnog een mooie dag werd. Enkele beelden.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.