Tienduizend kilometer vliegen, 20 uur lang zombie-achtig naar slechte films moeten kijken in een te krap vliegtuigstoeltje, om dan te ontdekken dat er in Sydney werkelijk niets te doen is. Een lawaaierige, extreem gemotoriseerde stad waar alles zo duur mogelijk en zonder prijskaartje wordt verkocht. De gasten in onze hostel zijn het erover eens: Sydney is een stad waar je je ’s avonds zat drinkt en ’s ochtends slaapt. Dat is pas vakantie. Terwijl ik dit typ liggen de zatlappen van deze nacht naast mijn bureaustoel in de zetel te snurken. Hun bed terugvinden was waarschijnlijk te veel moeite.

Niet dat we  ons niet amuseren. We hebben al wat afgelachen. Zo dadelijk gaan we naar het strand, naar het schijnt ‘the place to be’ voor iedereen die overdag (per ongeluk) nog wakker is.