Vanop het bovenste deel van een stapelbed, in een slaapzaal voor acht personen, zit ik in het donker een boek te lezen. Af en toe kijk ik naast mij uit het raam naar het voorbijgaande verkeer. Het hostel bevindt zich op de hoek van een kruispunt, omsingeld door licht en lawaai. Dit is Adelaide.

Maarten en ik hebben het zo wat gehad met de grote Australische steden. Na onze aankomst hier vanmiddag (vaarwel Sydney!) bleek al gauw dat Adelaide weinig verschilde van de voorgaande stad, althans op de punten die er voor ons toe doen. Overal hoogbouw, auto’s, fastfoodrestaurants (zelfs in de refter van de universiteit) en winkels. Hier en daar een rustiek kerkje, evenwel omsingeld door kantoorgebouwen van Ernst & Young of een ander reusachtig bedrijf. Doorgedreven kapitalisme as a way of life.

De stad lijkt een kruising tussen Groot-Brittanie en Amerika, twee landen die niet al te hoog op ons verlanglijstje staan. Gelukkig is onze ontsnapping al gepland. In plaats van de geplande vier dagen, zullen we hier maar twee dagen blijven, waarna we de boot nemen naar Kangaroo Island, een plek met gemiddeld 1 inwoner per vierkante kilometer en een overvloed aan natuur.

Hoewel ik hier nog nauwelijks met de plaatselijke bevolking heb gepraat, krijg ik toch een steeds slechter beeld van het Westerse Australie. Een bizarre consumptiewereld die volledig los staat van zijn natuurlijke omgeving. Laat de kangoeroe’s maar komen.