De camping waarvan hierboven sprake (in mijn beste blackberry-Nederlands, bij gebrek aan internetcomputers) zat midden in de natuur en weg van de beschaving. Een zodanig aangename combinatie dat we er wat langer gebleven zijn dan gepland. Bij onze aankomst hebben we opnieuw kennis gemaakt met overstekende kangoeroe’s (klein kaliber deze keer) en ’s ochtends werden we niet gewekt door opgefokte auto’s, maar enthousiaste papegaaien.

Maarten heeft er in de omringende bossen een volwassen kangoeroemannetje afgetroefd, ik heb kangoeroeschedels gefotografeerd.

Vervolgens begaven we ons weer op de toeristische route. ‘The Great Ocean Road’ is een van de grote toeristische bezienswaardigheden van Australie. Een memorabele route langs de onderste kuststrook, die in alle toeristische folders wordt aangeprezen. In de praktijk kwam het er voor ons op neer dat we samen met een meute andere toeristen in de auto de kustweg mochten afschuimen om elke paar kilometer uit te stappen en een foto te nemen van een steenformatie.

We hebben het gelukkig niet te lang moeten volhouden. Ondertussen zitten we, na twee dagen doorrijden, aan een natuurgebied naast Sydney waar we vandaag de bossen in duiken. Gisteren zijn we in de cinema alvast naar een film gaan kijken over die bossen. Qua voorbereiding kan dat tellen.

Over twee dagen zitten we alweer op het vliegtuig naar huis. Erg veel spijt gaan we er niet van hebben. Australie is niet ons soort land, al heeft het ons op een manier wel een heldere blik gegeven op de schaduwzijde van onze eigen cultuur. Dat op zich was al meer dan de moeite waard.